|
¬ Geef je eigen mening over deze titel
|
|
Wie na het lezen van 'Het goddelijke monster' (1998) op zijn honger bleef zitten, omdat het niet erg duidelijk was wat er met Katrien zou gebeuren, blijft ook na de lectuur van dit omvangrijke tweede deel met minstens even veel vragen zitten. In het eerste deel van wat een romancyclus moet worden, deelde de verteller mee dat Katrien Deschryver haar man doodschoot. Per malheur. Deel twee begint met een even droge mededeling: “Katrien Deschryver ontsnapte uit haar cel. Er was geen opzet mee gemoeid. […] Het werd haar, zoals alles, zoals steeds, van buitenaf opgedrongen”. In de recensies over het eerste boek wreven sommige recensenten de auteur aan dat hij slechts een kroniek van krantenkoppen had geschreven. Romanwerkelijkheid en rauwe realiteit raakten versmolten en niet iedereen was daarover opgetogen. Ook in 'Zwarte tranen' herschrijft Lanoye de Belgische werkelijkheid, hij distilleert een romanwerkelijkheid die ontzettend veel gemeen heeft met Belgische toestanden. Maar die toestanden worden door de auteur herkneed, anders aan elkaar gelijmd en op een eigenzinnige wijze met elkaar verbonden. Van het optreden van De Bende tot wat men gemeenzaam de zaak van de SM-rechter is gaan noemen, via vermeende ontvoeringen van politici die zwart geld van Luxemburgse rekeningen in veiligheid moeten brengen. Toch heeft Lanoye niet zo maar een kroniek van dit land in de laatste decennia van deze eeuw geschreven; het is te makkelijk te stellen dat de auteur alleen een herkenbaarheid nastreeft die succes moet garanderen. Die herkenbaarheid is er weliswaar, maar zij maakt niet het wezen van deze roman uit. Iedere lezer ontwaart moeiteloos de trieste realiteit in bepaalde scènes. Katrien “ontsnapt” uit het gerechtsgebouw op bijna dezelfde wijze als Dutroux. Onderzoeksrechter De Decker zal zich van zijn taak ontheven weten door opzettelijk mosselen te gaan verorberen ten bate van het steunfonds voor Katrien… De Belgische realiteit in soapformaat? Onmiskenbaar gebruikt de verteller technieken die aan soaps ontleend zijn: korte scènes volgen elkaar tegen een snel tempo op, cliffhangers worden gebruikt om de spanning erin te houden, het verhaal is nog lang niet ten einde als je de laatste bladzijde van deze roman gelezen hebt. Maar Lanoyes personages zijn geen typetjes. Dat wil nog niet zeggen dat hun drijfveren altijd even duidelijk zijn, want als de karakters in deze roman al een gemeenschappelijk kenmerk hebben, is dat een gebrek aan communicatievaardigheid. Het best komt dat tot uiting in de figuur van Katrien, die letterlijk met stomheid geslagen is en pas na heel lang aandringen in staat is opnieuw enkele woorden te prevelen. Ook haar “redster” blijkt niet in staat om echt met anderen te communiceren, ze moet het hebben van de pose die ze aangekweekt heeft. Alle personages hebben te lijden onder contactstoornissen. Soms worden die bewust gecreëerd, soms zijn ze het gevolg van de omstandigheden. Bovendien lijkt iedereen te lijden onder een gemis, er is altijd een schrijnende afwezige. En iedereen blijkt andere motieven te hebben, ook de honderdduizenden die deelnemen aan de Witte Mars. Elke actiegroep heeft wel een andere drijfveer en niet alle bedoelingen zijn even nobel, al proberen figuren als Leo, die willens nillens in de optocht verzeild raakt toch nog munt te slaan uit hun aanwezigheid. Zwarte tranen biedt een caleidoscopisch beeld van België, de ‘tranen’ worden soms getemperd door de humor. Dit boek schreeuwt om een vervolg.
Bron: www.bib.vlaanderen.be
|
|
|
|