| 'Stop je met lezen, dan besta ik/hier niet', zo spreekt de dichter van deze bundel de lezer aan. En terwijl hij, vergezeld van diezelfde lezer, met zijn poëzie een nieuwe wig probeert te drijven in het onnoembare, komt het te verwachten gevecht met woorden weer op gang. Het wereldwijde gegons van de taal is werkelijk oorverdovend. In het hoofd van de dichter voltrekt zich een ware beeldenstorm. (deel van de flap) |
