|
¬ Geef je eigen mening over deze titel
|
|
De roman is een vervolg op het met de 'Anton Wagterprijs' bekroonde debuut 'De verboden tuin' (1986). Hetzelfde contactgestoorde, vaderloze en emotioneel verwaarloosde jongetje Ewout bezoekt ditmaal een zomerkamp voor kinderen van oorlogsgetroffenen. Hij geeft zichzelf de opdracht bij iedereen respect en liefde af te dwingen. Zijn koortsachtig pendelen tussen verering en verachting voor de andere pubers en zijn wereldvreemdheid isoleren hem volkomen. Een opeenstapeling van wrede vernederingen is zijn deel. Te Gussinklo vertelt vanuit Ewouts perspectief in een ritme van eufoor verwijden en manisch benauwen. |
|
|
|