Jan De Leeuw wou altijd al schrijver worden, maar besloot toch eerst een 'echt' beroep te leren en is dan psycholoog geworden. Hij houdt van lang slapen en lezen in bed (Aidan Chambers, Roald Dahl, Astrid Lindgren, Salinger, Annie M.G. Schmidt, Toon Tellegen, Tolkien en veel anderen, maar misschien nog het liefst Winnie the Pooh). Natte kleren, dieren in kooien en de afwas vindt hij heel wat minder leuk. 'Vederland' (Davidsfonds/Infodok) is zijn debuut in de jeugdliteratuur, waarmee hij meteen in de prijzen (Boekenwelp) viel. Eerder schreef hij al verhalen voor volwassenen (in de Dietsche Warande en De Brakke Hond) en een theatertekst voor jongeren. In eigen woorden... “Ik had kunnen kiezen: me normaal gedragen en een gemakkelijker leven krijgen. Of mijn neus ophalen voor wat anderen over me dachten en mijn zin doen. Maar ik kon niet kiezen. Ik ben nu ouder nu, maar ze sleuren me nog steeds andere richtingen uit. Gelukkig krijg je daar sterke armen van.” |